Sitemap Links Homepage Privacy
 
Visie Opdracht Benadering Attitude Deontologie Activiteiten Documentatie Info

Van verzekeringsmakelaar tot financiële planner.
Een logische evolutie

De belangstelling voor persoonlijke financiële planning neemt met rasse schreden toe. De verzekeringsmakelaar krijgt hier een unieke kans aangeboden. Hij of zij kan de toegevoegde waarde van de financiële planning gebruiken om de dienstverlening aan de clientèle te verbreden en de kwaliteit te verhogen. Met zijn beroepskwalificatie als basis, kan hij door permanente vorming zijn adviesfunctie beter inschatten, steviger onderbouwen. Op deze manier wijzigt zijn profiel en kan hij de cliënt bijstaan als een echte financiële huisarts.

Inderdaad, de cliënt van de diverse financiële, fiscale en juridische raadgevers is vandaag op zoek naar een vertrouwenspersoon, een aanspreekpunt bij wie hij of zij permanent terecht kan voor coördinatie en synthese. Het toenemend aanbod van complexe financiële producten en de omvangrijke fiscale wetgeving creëren een nood aan structuur bij het plannen van de financiële toekomst. Zelfstandige ondernemers, vrije beroepen, kaderleden en vermogende particulieren zien in dat hun privé financiële situatie een bedrijfsmatige aanpak vereist. De terugtredende rol van de overheid op het vlak van pensioenvorming is een rechtstreekse stimulans. Bovendien groeit het besef dat een opgebouwd vermogen maar doelmatig naar de volgende generaties kan overgaan dankzij een degelijke successieplanning.

Om aan deze behoeften te voldoen, kan de cliënt niet terecht bij één enkele gesprekspartner. Hij wordt geconfronteerd met diverse specialisten op het gebied van vermogensbeheer, onroerend goed, fiscaliteit, nalatenschap, verzekeringen, financiële transacties. De cliënt krijgt hierdoor een gefragmenteerd beeld met dikwijls tegenstrijdige facetten. In de adviesverlening betrachten de diverse adviseurs veelal objectiviteit, in het productaanbod is dat niet steeds het geval. De cliënt vraagt een oplossing naar maat en is niet gediend met een standaardantwoord.

Om de verschillende adviezen en producten te structureren binnen een persoonlijk actieplan, een doordachte strategie, is er nood aan een generalist, de financiële planner. Hij of zij is in staat de noodzakelijke integratie tot stand te brengen en de cliënt doeltreffend te begeleiden bij de opbouw van zijn patrimonium en de realisatie van zijn financiële doelstellingen.

De eerste opdracht van de financiële planner bestaat in de analyse van de persoonlijke financiële positie en vereisten van de cliënt. Hierbij wordt een volledige inventaris gemaakt van het patrimonium dat bestaat uit het roerende, onroerende, professionele, verzekerde en persoonlijke bezit. Naast de staat van activa wordt ook een staat van passiva opgesteld met de schulden en verplichtingen. De financiële planner dient tenslotte een duidelijk inzicht te krijgen in de inkomsten en uitgaven van de cliënt. Wat de doelstellingen aangaat, deelt de cliënt mee welke voorzieningen hij getroffen heeft bij pensionering, overlijden, invaliditeit, langdurige ziekte, wijziging in de gezins- of partnerrelatie, rendabiliteits- en/of liquiditeitsproblemen in zijn onderneming. Kortom, welke maatregelen heeft de cliënt op het oog om noodsituaties op te vangen.

De financiële planner verzamelt de gegevens van de cliënt aan de hand van een vragenlijst die vertrouwelijk blijft. Hij peilt tevens naar spaarvermogen, kennis van de financiële producten en diensten, toekomstverwachtingen, inzicht in belastingen op roerende waarden c.q. onroerend goed en in nalatenschapsplanning. De analyse vindt haar neerslag in een rapport dat aan de cliënt wordt overhandigd.

In een tweede fase bepaalt de financiële planner het risicoprofiel van de cliënt, formuleert de doelstellingen, stelt prioriteiten vast en projecteert de doelstellingen naar de toekomst. De diverse deelgebieden van de financiële planning komen aan bod, in het bijzonder financieringen, risicobeheer, sparen, beleggen en vermogensopbouw, fiscaliteit, pensioenregeling, successieplanning, realisatie van zakelijke initiatieven en persoonlijke desiderata (studie van de kinderen, reizen). De aanbevelingen van de financiële planner resulteren in een actieplan dat periodiek wordt geëvalueerd en aangepast aan wijzigingen in de financiële situatie en doelstellingen van de cliënt. Het actieplan heeft dan ook het karakter van een boordtabel of leidraad.

In een derde en beslissende fase volgt een grondige bespreking van diverse (financiële) producten, concepten en diensten die het actieplan in de praktijk omzetten. Ze vloeien voort uit de diagnose van de financiële positie van de cliënt en passen binnen het geheel van aanbevelingen van de financiële planner. De multiproductbenadering die resulteert uit begrippen als bancassurance, assurfinance en all finance kan van nut zijn om tot de integratie van bepaalde diensten te komen.

Een financiële planner opereert natuurlijk niet in een vacuüm. Voor gedetailleerde antwoorden op specifieke vragen in de diverse deelgebieden van de financiële planning verwijst hij naar vakspecialisten. Wil het concept op grotere schaal ingang vinden in België, dan is een vlotte samenwerking met de erkende beroepen in de financiële, fiscale en juridische adviesverlening c.q. vastgoeddienstverlening cruciaal. De synergie die daaruit ontstaat, zal toelaten het wettelijk statuut van de financiële planner te definiëren en het beroep correct te positioneren. Vanuit zijn erkende beroepskwalificatie, ervaring en opleiding heeft de verzekeringsmakelaar hier een streepje voor, vooral op het vlak van privé risicoplanning, pensioenvoorzieningen en het gebruik van beleggingsverzekeringen (takken 23 en 21).

In academische kringen en bij sommige patrimonium (estate) planners overheerst het idee dat de echte financiële planner zich ver houdt van productverkoop. Zoniet verliest hij zijn onafhankelijkheid. Deze opvatting getuigt van weinig pragmatisme en is veeleer een uiting van elitair denken. Ze draagt weinig bij tot de verspreiding van het financiële planning initiatief, niet alleen bij professionele bemiddelaars en consulenten, maar eveneens bij het grote publiek.

In vermogensbeheer verdelen we gemakshalve de cliënten in drie categorieën : high net worth individuals (HNWI – minstens 1 miljoen EUR roerend vermogen, sommige private bankers stellen deze limiet op 2,5 miljoen EUR), mass affluent (minstens 250.000 à 500.000 EUR roerend vermogen) en retail (minder dan 250.000 EUR roerend vermogen). De laatste groep wordt beschouwd als loutere consumenten van financiële producten. Welnu, het gaat niet op financiële planning te reserveren voor de HNWI en de facto te focussen op family offices, in casu de totale financiële, fiscale en juridische dienstverlening met strikt persoonlijke begeleiding, elke dag van de week beschikbaar, gezien het kostenplaatje enkel weggelegd voor de zeer vermogenden. Integendeel, individu en gemeenschap hebben er alle baat bij dat financiële planning een veel bredere uitstraling krijgt.

Op 15 oktober 2003 heeft de verzekeringsmaatschappij Winterthur – Europe Verzekeringen terecht de Trofee van de innovatie in levensverzekeringen in ontvangst genomen voor de “Persoonlijke Financiële Planning”. Uit de publiciteit hierrond blijkt onvoldoende in welke mate deze dienst al dan niet gekoppeld is aan de verzekeringsproducten van Winterthur. De maatschappij geeft aan dat ze intensief heeft geïnvesteerd in de financiële opleiding van een dertigtal verzekeringsmakelaars, via een diepgaande cursus van 12 maanden. Een uitstekend initiatief. Niettemin dient het duidelijk te zijn dat financiële planning niet het exclusieve jachtterrein kan zijn van één enkele vennootschap, die in alle logica commerciële bedoelingen nastreeft.

In de discussie over de onafhankelijkheid is een genuanceerd standpunt hoe dan ook aangewezen. Een financiële planner dient in staat te zijn autonoom, naar eigen inzicht, opleiding en ervaring, advies uit te brengen aan cliënten c.q. financiële diensten en producten voor te stellen. Hij kan zelfstandig optreden, zijn activiteiten organiseren via een vennootschap, of in vast dienstverband werken voor een financiële instelling of professionele dienstverlener. Het accent ligt op deskundigheid en het streven naar objectiviteit, eigenschappen die primeren op de loutere onafhankelijkheid.

Als professionele tussenpersoon dient de financiële planner te handelen in het belang van de cliënt, volgens het best advice principe. Door een adequaat opleidingsniveau verzekert hij of zij zich van de nodige kennis en bekwaamheid om het beroep uit te oefenen. Binnen dit kader kan de verzekeringsmakelaar doorgroeien naar het statuut van financiële planner. Deze opvatting sluit aan bij de visie van de grootste organisatie voor financiële planning in de wereld, The Financial Planning Association (FPA), gevestigd in Denver (USA), met meer dan 30.000 leden uit 36 landen.

In 2004 en de volgende jaren staan de verzekeringsmakelaars voor interessante uitdagingen. Hun beroep kan belangrijke wijzigingen ondergaan, niet alleen inzake perceptie, maar ook inhoudelijk. Bovendien kan de concurrentiële omgeving behoorlijk veranderen, onder impuls van de Europese Unie. Op 9 december 2002 is een nieuwe richtlijn uitgevaardigd betreffende verzekeringsbemiddeling (Europese Richtlijn 2002/92/EG). Europa wenst hiermee de laatste belemmeringen weg te nemen op het gebied van de vrije vestiging en vrije dienstverlening van verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen. De lidstaten dienen de vereisten inzake beroepsbekwaamheid en de registerinschrijving verder aan te passen en te coördineren. De bedoeling is bij te dragen tot de voltooiing van de interne markt voor financiële diensten en te komen tot een betere bescherming van de consument. België dient samen met de andere lidstaten vóór 15 januari 2005 de nodige maatregelen te nemen om de richtlijn in de nationale wetgeving om te zetten.

Vanaf 1 januari 2004 is de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) de nieuwe en enige prudentiële toezichthouder van de financiële sector in België. Hierdoor is de samensmelting van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBF) en de Controledienst voor de Verzekeringen (CDV) een feit. Ons land komt aldus tegemoet aan de Europese wens tot harmonisering van het toezicht op banken en verzekeraars. In een interview in De Tijd van 12/07/2003 stelt Commissievoorzitter Eddy Wymeersch : “De regulitis van de Europese instanties is onvoorstelbaar. En het is nog niet gedaan. Het zal regelen regenen. Maar ik vrees dat het een noodzakelijk kwaad is.” Dat is geen bemoedigende uitspraak. De huidige Belgische regering streeft in haar programma naar een vereenvoudiging en beperking van de vloed aan wetten en reglementen. Ook de financiële sector heeft behoefte aan een duidelijk geformuleerd en transparant wettelijk kader, met bij voorkeur een deel zelfregulering naar Angelsaksisch model.

CBF en CDV hebben op 15 oktober 2002 een gezamenlijke studie over de financiële bemiddeling gepubliceerd. Beide instellingen formuleren hierin de ideeën tot hervorming, die we in een of andere vorm zullen terugvinden in het beleid van de CBFA. De studie overweegt het statuut van makelaar in financiële instrumenten in te voeren en, parallel daarmee, voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen te voorzien in de mogelijkheid om op niet-exclusieve basis een beroep te doen op de diensten van dergelijke makelaars. Het nieuwe statuut zou komen naast drie bestaande, met name de bankagent, de verzekeringsagent en de verzekeringsmakelaar. De studie vermeldt specifiek de mogelijkheid om het statuut van makelaar in financiële instrumenten te combineren met het statuut van verzekeringsmakelaar. Cumulatie met de statuten van gevolmachtigde bankagent of verzekeringsagent wordt als “niet evident” aangestipt.

Senator Luc Willems van zijn kant, lag in 1999 aan de basis van de wet voor de bescherming van de zelfstandige bank- en verzekeringsagenten. De wet legde de schijnzelfstandigheid aan banden. Inmiddels heeft hij een nieuw wetsvoorstel ingediend om de onafhankelijke bankmakelaar mogelijk te maken, met als motivatie dat “consumenten een beroep moeten kunnen doen op degelijk en ongebonden advies”. De studie van CBF en CDV c.q. het wetsvoorstel Willems geven een nieuw denkspoor aan met een directe link naar de financiële planner. Een wetgevend initiatief om ook dit beroep te reglementeren en de cumulatie toe te laten met het statuut van makelaar in financiële instrumenten, zou ongetwijfeld tot een doorbraak kunnen leiden in de onafhankelijke financiële dienstverlening, praktijkgericht en toegankelijk voor iedereen. Het volstaat dan dat – naar Amerikaans model – de financiële planner duidelijk afficheert of hij louter op honorariumbasis werkt, dan wel alleen op commissie of een combinatie van beide.

De verzekeringsmakelaar krijgt ook een grotere rol toebedeeld in de anti-witwaswetgeving. De meest recente Europese richtlijn tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (2001/97/EG), dateert van 4 december 2001 en wordt nu ook in België in de nationale wetgeving omgezet. In feite diende dit al vóór 15 juni 2003 gebeurd te zijn. Het relevante wetsontwerp is niettemin pas op 29 november 2003 door de Kamercommissie Financiën en Begroting eenparig aangenomen. Het wordt nu aan de Kamer in plenaire zitting ter goedkeuring voorgelegd.

Het ontwerp van wet breidt de verplichtingen van de anti-witwasmaatregelen ook uit tot “de verzekeringsbemiddelaars, die hun beroepsactiviteiten buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst uitoefenen”. De verzekeringsmakelaars waren al enige tijd geconfronteerd met de anti-witwas bepalingen van toepassing op de verzekeringsondernemingen, sinds de wet van 11 januari 1993. De Controledienst voor de Verzekeringen heeft terzake twee mededelingen gepubliceerd (D.200 van 05/07/2001 en D.207 van 30/11/2001). Verder is er uiteraard de algemene toepassing van artikel 505 van het Strafwetboek. In elk geval worden de verzekeringsmakelaars nu uitdrukkelijk in de nieuwe wetgeving vermeld.

Het spreekt voor zich dat het beroep ook te maken zal krijgen met de gevolgen van de Europese richtlijn over de spaarfiscaliteit (2003/48/EG) en de Belgische eenmalige bevrijdende aangifte of fiscale amnestie. Kortom, het zijn boeiende tijden. De verzekeringsmakelaar zal hoe dan ook moeten bijscholen, in de eerste plaats op juridisch en fiscaal terrein, om aan de verwachtingen van de clientèle en van de overheid te kunnen voldoen. Dit is ongetwijfeld een goede gelegenheid om de stap te zetten naar het statuut van volwaardige financiële planner.

 

Bovenstaande tekst geeft de krijtlijnen weer waarbinnen FinPlan vzw – Belgische Vereniging voor Financiële Planning, zich beweegt. Realistische ambities, samenwerking, permanente vorming, kwaliteit zijn belangrijke credo’s. FinPlan onderhoudt nauwe contacten met The Financial Planning Association (FPA) en is lid van de Fédération Européenne des Conseils et Intermédiaires Financiers (FCI) en de Association Luxembourgeoise des Professionnels du Patrimoine (ALPP). Meer informatie over lidmaatschap en activiteiten op de website www.finplanvzw.be.

Marc Peeters
Voorzitter FinPlan vzw

 

FinPlan vzw – Secretariaat
Verdunstraat 742
B-1130 Brussel
Telefoon: 02 242 99 97 Fax: 02 245 77 65 E-mail: info@finplanvzw.be

©FinPlan vzw - Alle rechten voorbehouden. Made by iWEB